Tijd en weer: spreekwoorden en gezegden
15 veelgebruikte spreekwoorden en gezegden over tijd, wachten, plannen en het weer. Met kindvriendelijke voorbeelden.
Van een vervelende situatie in een nog vervelendere situatie komen.
Door snel te liegen kwam hij van de regen in de drup.
Bijna niets is gratis; voor veel dingen moet je iets doen of betalen. *** Als je een prijs wilt winnen, moet je oefenen: [voor niets gaat de zon op]{.text-blue}.
Na een tijdje voelt verdriet of pijn vaak minder zwaar.
De ruzie deed pijn, maar tijd heelt alle wonden.
Als je iets steeds uitstelt, gebeurt het soms helemaal niet meer.
Begin vandaag met oefenen, want van uitstel komt afstel.
Als je rustig wacht, komt er vaak vanzelf een oplossing.
We wisten nog niet hoe het moest, maar komt tijd, komt raad.
De tijd lijkt heel snel voorbij te gaan.
Tijdens het leuke schoolreisje vloog de tijd.
Op het allerlaatste moment.
Te elfder ure vond hij toch nog zijn gymtas.
Er moet nu snel iets gebeuren, anders is het te laat.
Als niemand leert voor de toets, is het vijf voor twaalf.
Iets doen op het moment dat de kans goed is.
Iedereen was enthousiast, dus de juf wilde het ijzer smeden als het heet is.
Geluk hebben en goed vooruitgaan.
Na drie goede cijfers had Noor de wind in de zeilen.
Iets verloopt gemakkelijk en goed.
Het oefenen ging vandaag voor de wind.
Altijd doorgaan, ook als het weer slecht is.
De postbode werkt in weer en wind.
Heel snel verdwijnen.
Toen de bel ging, verdween de drukte als sneeuw voor de zon.
Je kunt morgen opnieuw verdergaan of opnieuw proberen.
Vandaag lukte het niet, maar morgen is er weer een dag.
Wel iets over een onderwerp gehoord hebben, maar het niet echt begrijpen. *** Hij wist iets over breuken, maar [hoorde de klok luiden en wist niet waar de klepel hing]{.text-blue}.