Procenten 1F/1S-2 Breuken, kommagetallen en procenten
Brug van 1F naar 1S: veelvoorkomende omzettingen tussen breuken, kommagetallen, verhoudingen en procenten vlot herkennen en gebruiken.
50%. Een half is 50 van de 100.
Achterkant
25%. Een kwart is 25 van de 100.
Achterkant
75%. Drie kwart is 75 van de 100.
Achterkant
10%. Een tiende is 10 van de 100.
Achterkant
20%. Een vijfde is 20 van de 100.
Achterkant
12,5%. Deel 100% door 8.
Achterkant
25%. 0,25 is een kwart.
Achterkant
60%. 0,6 is 60 honderdsten.
Achterkant
8%. 0,08 is 8 honderdsten.
Achterkant
125%. 1,25 is 125 honderdsten.
Achterkant
0,125 en 1/8. 12,5% is 12,5 van de 100.
Achterkant
1,5. 150% is anderhalf keer zoveel als het geheel.
Achterkant
3%. 0,03 is 3 honderdsten.
Achterkant
1/50. Want 2% = 2/100 = 1/50.
Achterkant
0,35. 35% is 35 honderdsten.
Achterkant
40%. 4 op de 10 is 40 op de 100.
Achterkant