Praten en samenleven: spreekwoorden en gezegden
15 bekende spreekwoorden en gezegden over praten, samenwerken, ruzie en besluiten nemen. Duidelijk uitgelegd voor kinderen van ongeveer 10 jaar.
Meteen over het belangrijkste beginnen.
Zonder eerst te kletsen vroeg hij direct om hulp; hij viel met de deur in huis.
Heel eerlijk zeggen wat je vindt.
Lina zei duidelijk dat het plan niet eerlijk was; ze nam geen blad voor de mond.
Niet direct zeggen waar het echt om gaat.
Vertel gewoon wat er is gebeurd en draai niet om de hete brij heen.
Eindelijk een beslissing nemen.
Na lang kiezen hakten ze de knoop door: ze gingen naar het zwembad.
Er is een definitieve beslissing genomen.
Na de vergadering was de kogel door de kerk: het schoolfeest ging door.
Precies zeggen wat klopt of wat het probleem is. *** Toen hij zei dat de taak te moeilijk was verdeeld, [sloeg hij de spijker op de kop]{.text-blue}.
Iets vragen wat je eigenlijk al weet.
Je weet dat ik van pizza houd, dus je vraagt naar de bekende weg.
Iemand iets verwijten wat je zelf ook doet. *** Een rommelige tafel en dan klagen over de rommel van je broer? Dat is [de pot verwijt de ketel dat hij zwart ziet]{.text-blue}.
Iets niet meteen helemaal geloven.
Hij zei dat hij honderd goals had gemaakt, maar dat nam ik met een korreltje zout.
Extra aardig doen om bij iemand in de smaak te vallen.
Hij ruimde ineens alles op om bij de juf een wit voetje te halen.
Zorgen dat mensen zich minder ongemakkelijk voelen.
Een grappige vraag kan bij een nieuwe groep het ijs breken.
Iemand dwingen om meteen te kiezen of te antwoorden.
Vraag het rustig, want je zet haar nu voor het blok.
Vertellen wat er echt is gebeurd.
Na de ruzie deed Bram een boekje open over de afspraken die waren gemaakt.
Privéproblemen aan iedereen vertellen.
Praat liever rustig met elkaar dan de vuile was buiten te hangen in de groepsapp.
Het heel goed met elkaar kunnen vinden.
Die twee vrienden denken bijna altijd hetzelfde; ze zijn twee handen op één buik.