Decklio met alle leestekens die je moet kennen op referentieniveau 1F: punt, komma, vraagteken, uitroepteken, dubbele punt, puntkomma en aanhalingsteken.
Een punt gebruik je aan het einde van een mededelende zin, een bevelende zin, of een afkorting.
De zon schijnt.
Een komma gebruik je om zinsdelen van elkaar te scheiden, opsommingen aan te geven, of voor en na een bijzin. --- Ik kocht appels[,]{.text-blue} peren en bananen.
Een vraagteken gebruik je aan het einde van een directe vraag of een vragende zin.
Hoe laat is het ?
Een uitroepteken gebruik je aan het einde van een zin om een sterke emotie, nadruk, een bevel of een uitroep uit te drukken. --- Wat een prachtige dag[!]{.text-blue}
Aanhalingstekens gebruik je om directe rede (citaten), titels van werken, of woorden met een speciale betekenis aan te geven. --- Zij zei: ["]{.text-blue}Het is prachtig weer vandaag.["]{.text-blue}
Een dubbele punt gebruik je om een opsomming, uitleg, verklaring, aankondiging of citaat in te leiden. --- De spreker zei[:]{.text-blue} "We moeten samenwerken om dit te bereiken."
Een puntkomma gebruik je om twee hoofdzinnen met elkaar te verbinden die inhoudelijk sterk met elkaar samenhangen, maar die ook afzonderlijk kunnen staan. Het is sterker dan een komma, maar zwakker dan een punt. --- Het regende hard[;]{.text-blue} de straten stonden blank.
Een komma gebruik je om zinsdelen van elkaar te scheiden, opsommingen aan te geven, of voor en na een bijzin.
Ik kocht appels, peren en bananen.
Een uitroepteken gebruik je aan het einde van een zin om een sterke emotie, nadruk, een bevel of een uitroep uit te drukken.
Wat een prachtige dag!
Aanhalingstekens gebruik je om directe rede (citaten), titels van werken, of woorden met een speciale betekenis aan te geven.
Zij zei: "Het is prachtig weer vandaag."
Een dubbele punt gebruik je om een opsomming, uitleg, verklaring, aankondiging of citaat in te leiden.
De spreker zei: "We moeten samenwerken om dit te bereiken."
Een puntkomma gebruik je om twee hoofdzinnen met elkaar te verbinden die inhoudelijk sterk met elkaar samenhangen, maar die ook afzonderlijk kunnen staan. Het is sterker dan een komma, maar zwakker dan een punt.
Het regende hard; de straten stonden blank.