Leer in 12 kaarten hoe je gewenst gedrag oprecht en specifiek waardeert, beloningen afstemt en leerlingen elkaar laat versterken.
Waardering maakt zichtbaar wat werkt en vergroot de kans op herhaling. Leerlingen horen zo niet alleen wat moet stoppen, maar ook welk gedrag helpt bij leren en samenleven.
Leerlingen moeten weten welk gedrag je verwacht en gelegenheid hebben gehad om het te leren. Een beloning vervangt de uitleg en het oefenen van dat gedrag niet.
Zij volgt tijdig op werkelijk getoond gedrag, is oprecht en past bij de prestatie en de leerling. Zo is duidelijk waarvoor je waardering geeft.
Je benoemt het gedrag, de afspraak waaraan het voldoet en waar mogelijk het positieve gevolg. Bijvoorbeeld: ‘Je legde alles terug op de vaste plek; daardoor kunnen we meteen verder.’
Gedrag en inspanning kan een leerling beïnvloeden. ‘Je controleerde je antwoord en verbeterde je fout’ geeft meer houvast dan ‘Jij bent slim’.
Met een glimlach, een duim of een korte concrete opmerking. Kies een vorm die de leerling prettig vindt en die de aandacht voor de les ondersteunt.
Wat als prettig of waardevol wordt ervaren, verschilt. Vraag leerlingen en zo nodig ouders wat werkt; sommigen waarderen een stil gebaar meer dan aandacht voor de hele groep.
Bepaal het huidige gedrag, het gewenste gedrag en de situatie. Leg vast wanneer het criterium is behaald, welke waardering volgt en hoe je het effect gaat volgen.
Als het gewenste gedrag stabieler wordt, hoeft dezelfde externe beloning niet steeds nodig te zijn. Plan afbouw en blijf het gedrag en de effecten volgen.
Koppel waardering aan een goede uitvoering of succesvolle afronding. Alleen deelname belonen zonder naar kwaliteit te kijken kan bij al gemotiveerde leerlingen ongunstig uitpakken.
Leerlingen schrijven concrete complimenten over gewenst gedrag van klasgenoten; de leerkracht deelt die. Ook rechtstreekse complimenten kunnen helpen om positief gedrag op te merken.
Controleer of het doelgedrag duidelijk en haalbaar is en of de beloning betekenis heeft. Vereenvoudig de uitvoering, volg het effect en stel bij; het systeem moet het leren ondersteunen.