Decklio met alle belangrijke begrippen op het gebied van stillistiek en semantiek op referentieniveau 1F.
De betekenis van een woord is wat het woord bedoelt of vertelt. Het is wat je snapt of voor je ziet als je het woord hoort of leest.
Een symbool is iets dat voor iets anders staat. Het is een teken of voorwerp dat een bepaalde betekenis heeft.
Een synoniem is een woord dat (ongeveer) dezelfde betekenis heeft als een ander woord.
De context is de omgeving of situatie waarin iets wordt gebruikt of voorkomt. Het helpt je de juiste betekenis van een woord of zin te begrijpen.
Letterlijk betekent dat je een woord of zin precies zo gebruikt als het bedoeld is, zonder er een andere betekenis aan te geven.
Figuurlijk betekent dat je een woord of zin niet precies zo gebruikt als het bedoeld is, maar dat het een andere, vaak beeldende, betekenis heeft.
Een uitdrukking is een vaste combinatie van woorden met een figuurlijke betekenis, die vaak niet letterlijk te nemen is.
Een spreekwoord is een korte, krachtige zin die een algemene waarheid, wijsheid of levensles uitdrukt.
Een gezegde is een korte, vaste uitdrukking die vaak een algemene waarheid of wijsheid bevat, maar geen complete zin vormt.
Moedertaal is de taal die je als eerste leert spreken, meestal van je ouders of verzorgers.
Een tweede taal is een taal die je leert nadat je je moedertaal al beheerst, vaak binnen de omgeving waar die taal gesproken wordt.
Een vreemde taal is een taal die je leert die niet je moedertaal is en die meestal niet in je directe omgeving gesproken wordt.
Meertalig betekent dat iemand twee of meer talen spreekt of begrijpt.
Standaardtaal is de officieel erkende en meest gangbare vorm van een taal, gebruikt in onderwijs, overheid en media.
Een dialect is een variant van een taal die in een bepaalde regio of door een specifieke groep mensen wordt gesproken, en die afwijkt van de standaardtaal.
Formeel taalgebruik is taal die je gebruikt in officiΓ«le situaties of tegen mensen die je niet goed kent, bijvoorbeeld op school of op het werk. Het is netjes en vaak uitgebreider.
Informeel taalgebruik is taal die je gebruikt in ontspannen situaties of tegen mensen die je goed kent, zoals vrienden en familie. Het is vaak losser en korter.
Een leenwoord is een woord dat uit een andere taal is overgenomen in het Nederlands.