Spreekwoorden 9: lichaam en gezondheid
15 veelgebruikte spreekwoorden en gezegden met lichaamsdelen, gevoel en gezondheid. Eenvoudig uitgelegd voor kinderen van ongeveer 10 jaar.
Goed opletten en nadenken bij wat je doet.
Bij het oversteken moet je je hoofd erbij houden.
Ineens heel druk, actief of onrustig worden.
Na de muziek kreeg de klas het op de heupen en wilde iedereen dansen.
Meer moeten doen dan je eigenlijk aankunt.
Met drie toetsen in één week liep Eva op haar tenen.
Bijna geen keuze meer hebben.
Omdat de tijd op was, stond het team met de rug tegen de muur.
Niet snel gekwetst zijn door kritiek of nare woorden.
Als je vaak op een podium staat, helpt het om een dikke huid te hebben.
Een foutje niet streng bestraffen.
De meester zag het te laat komen één keer door de vingers.
Iemand waarschuwen of corrigeren omdat die iets fout doet.
De juf tikte hem op de vingers toen hij door de uitleg heen praatte.
Doen alsof iets niet goed genoeg voor je is.
Hij haalde zijn neus op voor de simpele boterham, maar die was prima.
Net op een goed moment komen en geluk hebben.
Toen hij binnenkwam, was er taart; hij viel met zijn neus in de boter.
Niet weten wat je moet zeggen.
Toen de juf vroeg waarom het raam openstond, stond hij met de mond vol tanden.
Laten merken dat je iets niet weet of niet zo belangrijk vindt.
Toen iemand vroeg wie de pen had, haalde Sem zijn schouders op.
Iets goed kunnen omdat je het veel hebt geoefend.
Na veel tekenen had Noor het maken van gezichten in de vingers.
Iemand heel erg waarderen of bewonderen.
De klas droeg de conciΓ«rge op handen, omdat hij altijd hielp.
Je kunt beter zorgen dat een probleem niet ontstaat dan het later oplossen. *** Een helm dragen is slim, want [voorkomen is beter dan genezen]{.text-blue}.
Iets doen met veel aandacht en liefde.
Lina zong met hart en ziel tijdens de voorstelling.