🍽️
πŸ₯€

Spreekwoorden 8: eten en drinken

15 veelgebruikte spreekwoorden en gezegden met eten en drinken. Met korte uitleg en voorbeelden voor kinderen van ongeveer 10 jaar.

πŸͺ
πŸ€”

Iets meteen geloven zonder goed na te denken. *** Hij zei dat er geen huiswerk was, maar ik nam dat niet zomaar [voor zoete koek aan]{.text-blue}.

Back
🧈
🐟

Meteen betalen of meteen doen wat je belooft. *** Als je mijn fiets wilt kopen, graag [boter bij de vis]{.text-blue}: vandaag betalen.

Back
πŸ₯„
πŸ‘Ά

Iets al van jongs af aan leren. *** Thuis werd veel gezongen, dus muziek kreeg Sara [met de paplepel ingegoten]{.text-blue}.

Back
🍲
😌

Het valt meestal minder erg uit dan het eerst lijkt. *** De toets leek moeilijk, maar [de soep werd niet zo heet gegeten als ze werd opgediend]{.text-blue}.

Back
πŸͺ
πŸ₯š

Alles is weer goed tussen mensen. *** Na hun excuses was het tussen de vrienden weer [koek en ei]{.text-blue}.

Back
🍫
❓

Iets helemaal niet begrijpen. *** Van die rare som kon Bram [geen chocola maken]{.text-blue}.

Back
πŸͺ
↩️

Zelf meemaken wat je een ander ook hebt aangedaan. *** Hij plaagde altijd anderen en werd nu zelf geplaagd: hij kreeg [een koekje van eigen deeg]{.text-blue}.

Back
😬
🎁

Iemand iets laten aannemen waar die eigenlijk niet op zit te wachten. *** Ze wilden de oude printer kwijt en [splitsten hem in de maag]{.text-blue} van de buurman.

Back
πŸ’
πŸŽ‚

Het mooiste extraatje bovenop iets wat al goed is. *** De prijs winnen was leuk, maar samen op het podium staan was [de kers op de taart]{.text-blue}.

Back
🍎
🍐

Twee dingen vergelijken die eigenlijk te verschillend zijn. *** Een step en een fiets zijn niet hetzelfde; dan vergelijk je [appels met peren]{.text-blue}.

Back
🍎
πŸ₯š

Iets heel goedkoop kopen. *** Op de rommelmarkt kocht hij een spel [voor een appel en een ei]{.text-blue}.

Back
🍞
🏠

Genoeg geld verdienen om van te leven. *** Door zijn nieuwe baan had papa weer [brood op de plank]{.text-blue}.

Back
πŸ˜‹
✨

Iets leuk gaan vinden en ermee door willen gaan. *** Na één potje schaken had Noor [de smaak te pakken]{.text-blue}.

Back
πŸ₯›
πŸ’¬

Ergens iets over te zeggen hebben of invloed hebben. *** De leerlingenraad heeft op school ook [iets in de melk te brokkelen]{.text-blue}.

Back
🌭
⏰

Hulp of advies dat te laat komt. *** Na de toets uitleg geven over die som was [mosterd na de maaltijd]{.text-blue}.

Back