πŸ’°
🎲

Spreekwoorden 5: geld, kansen en keuzes

15 spreekwoorden en gezegden over geld, kansen, risico's en slimme keuzes maken. In eenvoudige taal voor kinderen van ongeveer 10 jaar.

πŸ₯š
πŸ’Έ

Tevreden zijn met minder, omdat dat slimmer of veiliger is. *** Hij koos toch voor de kleinere prijs en [koos eieren voor zijn geld]{.text-blue}.

Back
πŸͺ™
🎟️

Heel veel willen krijgen voor heel weinig geld of moeite. *** Je kunt niet voor bijna niets de beste plek krijgen; je wilt [voor een dubbeltje op de eerste rang zitten]{.text-blue}.

Back
πŸ’Ά
πŸ“ˆ

Soms moet je eerst iets investeren voordat het iets oplevert. *** Voor de markt moesten ze eerst spullen kopen; [de kost gaat voor de baat uit]{.text-blue}.

Back
🎲
πŸ†

Als je niets probeert, kun je ook niets winnen. *** Mila vond de wedstrijd spannend, maar [wie niet waagt, wie niet wint]{.text-blue}.

Back
⏰
βœ…

Het is goed dat iets alsnog gebeurt, ook al is het laat. *** Hij leverde zijn taak te laat in, maar [beter laat dan nooit]{.text-blue}.

Back
🎣
🚫

Te laat zijn om iets te krijgen of mee te doen. *** De kaartjes waren al op, dus Noah [viste achter het net]{.text-blue}.

Back
πŸ‘Ÿ
πŸ’°

Veel geld uitgeven aan luxe dingen. *** Hij kocht steeds dure spullen en leefde [op grote voet]{.text-blue}.

Back
πŸ’Έ
πŸͺ΅

Geld verspillen aan iets dat het niet waard is. *** Een kapotte gadget kopen is [geld over de balk smijten]{.text-blue}.

Back
🐻
⏳

Niet doen alsof iets al zeker is voordat het echt gebeurd is. *** Vier de winst pas na de laatste minuut; [verkoop de huid niet voordat de beer geschoten is]{.text-blue}.

Back
βœ…
β˜”

Voor de veilige keuze gaan, voor het geval dat. *** Omdat het kon regenen, nam hij [het zekere voor het onzekere]{.text-blue} en pakte een jas.

Back
πŸͺ°
🎯

Met één actie twee dingen tegelijk bereiken. *** Door naar school te fietsen sportte ze én was ze op tijd: [twee vliegen in één klap]{.text-blue}.

Back
🧊
πŸ€”

Niet te snel beslissen, maar eerst goed nadenken. *** Bij het kiezen van een middelbare school moet je [niet over één nacht ijs gaan]{.text-blue}.

Back
πŸͺ™
🎁

Waardeer kleine dingen, anders verdien je grote dingen ook niet. *** Zeg ook dankjewel voor een klein cadeau; [wie het kleine niet eert, is het grote niet weerd]{.text-blue}.

Back
πŸͺ’
πŸ’Ά

Met weinig geld toch rondkomen. *** Met zijn zakgeld moest hij goed plannen om [de eindjes aan elkaar te knopen]{.text-blue}.

Back
🍎
πŸ’Ύ

Iets bewaren voor later, als je het nodig hebt. *** Hij spaarde een deel van zijn zakgeld als [appeltje voor de dorst]{.text-blue}.

Back