School, werk en doorzetten: spreekwoorden en gezegden
15 spreekwoorden en gezegden over leren, oefenen, aanpakken en volhouden. Met voorbeelden die passen bij kinderen van ongeveer 10 jaar.
De laatste kleine dingen netjes afmaken.
Het werkstuk was bijna klaar; Lisa moest alleen nog de puntjes op de i zetten.
Iets leren tot je het goed kunt.
Na veel oefenen kreeg Finn de tafels onder de knie.
Als je ergens aan begint, moet je het ook afmaken.
Je hebt je opgegeven voor de musical, dus wie A zegt, moet ook B zeggen.
Hard aan het werk gaan.
De klas zette de schouders eronder en maakte samen het plein schoon.
Niet alleen praten, maar echt aan het werk gaan.
Bij de verhuizing moest iedereen de handen uit de mouwen steken.
Aan het werk moeten.
Na de pauze moesten de leerlingen weer aan de bak met rekenen.
Iets steeds uitstellen.
Hij schoof het leren voor de toets op de lange baan, tot het bijna te laat was.
Verdergaan waar je gebleven was.
Na de vakantie pakte de klas de draad weer op met het leesproject.
Iets met veel aandacht en energie aanpakken.
Sofie zette haar tanden in de moeilijke puzzel en gaf niet op.
Iets vervelends toch doen omdat het nodig is.
Hij had geen zin in opruimen, maar beet door de zure appel heen.
Het helemaal anders gaan doen.
Omdat laat slapen niet werkte, gooide Tim het roer om en ging eerder naar bed.
Opgeven omdat je denkt dat je niet meer kunt winnen of slagen. *** Na lang proberen wilde hij [de handdoek in de ring gooien]{.text-blue}, maar zijn team hielp hem.
Het meeste werk doen of de leiding nemen.
Bij het groepswerk trok Eva de kar en verdeelde de taken.
Heel hard je best doen om iets op tijd te halen.
Voor de laatste opdracht zette de groep alle zeilen bij.
Door veel te oefenen word je ergens beter in.
De eerste keer ging het fout, maar oefening baart kunst bij leren fietsen.