Decklio met de belangrijkste begrippen over morfologie op referentieniveau 1F: woordvormen en woorddelen, samenstellingen, voor- en achtervoegsels, lettergrepen, getal, tijd, verkleinwoorden en verschijningsvormen van werkwoorden.
[Morfologie]{.text-blue} gaat over de vorm en opbouw van woorden en over de verschillende vormen die woorden kunnen aannemen. --- Bijvoorbeeld: [loop]{.text-blue}, [loopt]{.text-blue}, [liep]{.text-blue} en [gelopen]{.text-blue} horen bij hetzelfde werkwoord.
Een [woordvorm]{.text-blue} is één bepaalde vorm waarin een woord in een zin voorkomt. --- [Loop]{.text-blue}, [loopt]{.text-blue}, [liep]{.text-blue} en [gelopen]{.text-blue} zijn woordvormen van [lopen]{.text-blue}.
Een [woorddeel]{.text-blue} is een herkenbaar deel van een woord met een eigen betekenis of functie. --- In [ongelukkig]{.text-blue} herken je de woorddelen [on-]{.text-blue}, [geluk]{.text-blue} en [-ig]{.text-blue}.
Een woord is [samengesteld]{.text-blue} als het is opgebouwd uit twee of meer hele woorden. Zo'n woord heet een samenstelling. --- [School]{.text-blue} + [plein]{.text-blue} = [schoolplein]{.text-blue}.
Een [voorvoegsel]{.text-blue} is een woorddeel dat vóór een woord of woordstam staat en de betekenis verandert. --- [On-]{.text-blue} + [eerlijk]{.text-blue} = [oneerlijk]{.text-blue}.
Een [achtervoegsel]{.text-blue} is een woorddeel dat achter een woord of woordstam staat en de vorm of betekenis verandert. --- [Vriend]{.text-blue} + [-elijk]{.text-blue} = [vriendelijk]{.text-blue}.
Een [lettergreep]{.text-blue} is een deel van een woord dat je in één klankgroep uitspreekt. --- Het woord [tafel]{.text-blue} heeft twee lettergrepen: [ta-fel]{.text-blue}.
Het [getal]{.text-blue} geeft aan of het om één of om meer gaat: [enkelvoud]{.text-blue} of [meervoud]{.text-blue}. --- [De hond]{.text-blue} is enkelvoud; [de honden]{.text-blue} is meervoud.
De [tijd]{.text-blue} van een werkwoord laat zien wanneer iets gebeurt. De tegenwoordige tijd gaat over nu; de verleden tijd over vroeger. --- Ik [loop]{.text-blue} naar school. Ik [liep]{.text-blue} naar school.
Een [onvoltooide tijd]{.text-blue} heeft geen hulpwerkwoord met een voltooid deelwoord. Een [voltooide tijd]{.text-blue} heeft dat wel. --- Ik [werk]{.text-blue} is onvoltooid; ik [heb gewerkt]{.text-blue} is voltooid.
Een [verkleinwoord]{.text-blue} geeft aan dat iets klein is of wordt voorgesteld. Het eindigt vaak op [-je]{.text-blue}, [-tje]{.text-blue} of [-pje]{.text-blue}. --- [Boekje]{.text-blue}, [tafeltje]{.text-blue} en [boompje]{.text-blue}.
[Verschijningsvormen van een werkwoord]{.text-blue} zijn de verschillende vormen waarin een werkwoord kan voorkomen, zoals de stam, de infinitief, de persoonsvorm en het voltooid deelwoord. --- Bij [werken]{.text-blue} horen onder andere [werk]{.text-blue}, [werkt]{.text-blue} en [gewerkt]{.text-blue}.
De [stam]{.text-blue} is de basisvorm van een werkwoord. Meestal vind je de stam door [-en]{.text-blue} van de infinitief af te halen. --- [Werken]{.text-blue} zonder [-en]{.text-blue} wordt [werk]{.text-blue}.
De [infinitief]{.text-blue} is het hele werkwoord. Deze vorm eindigt meestal op [-en]{.text-blue}. --- [Lopen]{.text-blue}, [worden]{.text-blue} en [denken]{.text-blue} zijn infinitieven.
Een werkwoordsvorm kan iets zeggen over een zelfstandig naamwoord. De werkwoordsvorm wordt dan [bijvoeglijk gebruikt]{.text-blue}. --- De [gesloten]{.text-blue} deur. Het [gebakken]{.text-blue} brood.
Wat is morfologie?
Morfologie gaat over de vorm en opbouw van woorden en over de verschillende vormen die woorden kunnen aannemen.
Bijvoorbeeld: loop, loopt, liep en gelopen horen bij hetzelfde werkwoord.
Wat is een woordvorm?
Een woordvorm is één bepaalde vorm waarin een woord in een zin voorkomt.
Loop, loopt, liep en gelopen zijn woordvormen van lopen.
Wat is een woorddeel?
Een woorddeel is een herkenbaar deel van een woord met een eigen betekenis of functie.
In ongelukkig herken je de woorddelen on-, geluk en -ig.
Wanneer is een woord samengesteld?
Een woord is samengesteld als het is opgebouwd uit twee of meer hele woorden. Zo'n woord heet een samenstelling.
School + plein = schoolplein.
Wat is een voorvoegsel?
Een voorvoegsel is een woorddeel dat vóór een woord of woordstam staat en de betekenis verandert.
On- + eerlijk = oneerlijk.
Wat is een achtervoegsel?
Een achtervoegsel is een woorddeel dat achter een woord of woordstam staat en de vorm of betekenis verandert.
Vriend + -elijk = vriendelijk.
Wat is een lettergreep?
Een lettergreep is een deel van een woord dat je in één klankgroep uitspreekt.
Het woord tafel heeft twee lettergrepen: ta-fel.
Wat betekent getal bij een woord?
Het getal geeft aan of het om één of om meer gaat: enkelvoud of meervoud.
De hond is enkelvoud; de honden is meervoud.
Wat zijn de tegenwoordige en verleden tijd?
De tijd van een werkwoord laat zien wanneer iets gebeurt. De tegenwoordige tijd gaat over nu; de verleden tijd over vroeger.
Ik loop naar school. Ik liep naar school.
Wat is het verschil tussen onvoltooid en voltooid?
Een onvoltooide tijd heeft geen hulpwerkwoord met een voltooid deelwoord. Een voltooide tijd heeft dat wel.
Ik werk is onvoltooid; ik heb gewerkt is voltooid.
Wat is een verkleinwoord?
Een verkleinwoord geeft aan dat iets klein is of wordt voorgesteld. Het eindigt vaak op -je, -tje of -pje.
Boekje, tafeltje en boompje.
Wat zijn verschijningsvormen van een werkwoord?
Verschijningsvormen van een werkwoord zijn de verschillende vormen waarin een werkwoord kan voorkomen, zoals de stam, de infinitief, de persoonsvorm en het voltooid deelwoord.
Bij werken horen onder andere werk, werkt en gewerkt.
Wat is de stam van een werkwoord?
De stam is de basisvorm van een werkwoord. Meestal vind je de stam door -en van de infinitief af te halen.
Werken zonder -en wordt werk.
Wat is een infinitief?
De infinitief is het hele werkwoord. Deze vorm eindigt meestal op -en.
Lopen, worden en denken zijn infinitieven.
Hoe kan een werkwoord als bijvoeglijk naamwoord worden gebruikt?
Een werkwoordsvorm kan iets zeggen over een zelfstandig naamwoord. De werkwoordsvorm wordt dan bijvoeglijk gebruikt.
De gesloten deur. Het gebakken brood.