Leer wat je moet weten voordat je met het stappenplan voor een presentatie of spreekbeurt begint. Van handige woorden naar begrijpen en zelf gebruiken.
Je vertelt een groep iets over een onderwerp. Je kunt er iets bij laten zien.
Dat waarover je vertelt, bijvoorbeeld bijen.
De mensen die naar je kijken en luisteren.
Een plek waar je informatie vindt, zoals een boek of een website.
Korte, belangrijke woorden die je helpen onthouden wat je wilt vertellen.
Dan kun je kiezen wat je wel en niet vertelt.
Dan weet je wat je nog moet uitleggen.
Je wilt iets vertellen dat waar is. Vergelijk bronnen of vraag hulp aan je juf of meester.
Dan kunnen de luisteraars je verhaal goed volgen.
Dan merk je wat al goed gaat en wat je nog wilt verbeteren.
Vertel je onderwerp en wat je erover gaat uitleggen.
Kijk kort naar een woord. Vertel er in je eigen woorden over en kijk weer naar je publiek.
Laat iets zien dat bij je verhaal past. Een dia is een blad op het scherm. Leg uit wat je laat zien.
Praat rustig en luid genoeg, ook voor de achterste rij. Neem af en toe een korte pauze.
Herhaal kort het belangrijkste. Vraag of er vragen zijn en bedank je publiek.